Sensitiviteit is nodig voor een gezonde hechting

Home / blog / Sensitiviteit is nodig voor een gezonde hechting

Sensitiviteit is nodig voor een gezonde hechting

Veilige hechting – daar zijn we maar druk mee. Hoe ontstaat een gehechtheidsrelatie bij een jong kind? Wat is het perspectief van onveilig gehechte kinderen? Psycholoog Femke van Roozendaal laat zien in deze long-read waarom de groep onveilig gehechte kinderen het persoonlijke overstijgt en op de maatschappelijke agenda thuishoort.

In het speeltuintje in het park zijn drie peuters gezellig aan het spelen. Ze maken zandtaartjes en moddersoep, ze schommelen en glijden. Totdat er opeens een losgebroken hond op ze afstormt. Gelukkig heeft het baasje de hond snel onder controle, maar de kindjes zijn enorm geschrokken en rennen huilend op hun moeders af. De moeder van Sjoerd neemt Sjoerd op schoot: ‘Wat een schrik hè? Rende die hond opeens op je af. Dat was eng.

Ik kan me voorstellen dat je er even van moest huilen. Gelukkig zit hij nu weer vast. Dan kan je dadelijk weer fijn spelen’. De moeder van Max zit druk te telefoneren. Ze ziet dat het gevaar alweer geweken is en wuift de huilende Max meteen weer terug naar de speeltuin. Max wil dat niet en probeert toch bij moeder op het bankje te kruipen. Met haar gezicht van hem af gewend, klopt ze gedachteloos wat op Max’ rugje en blijft telefoneren.

De moeder van Lotte valt uit tegen Lotte: ‘Stel je toch niet zo aan, dat doe je nou altijd bij een hond! Hoe vaak heb ik al gezegd dat je niet bang moet zijn voor honden! Neem eens een voorbeeld aan je zusje. Zij stelt zich nooit zo aan’. Lotte gaat schoorvoetend terug en staat met een beteuterd gezichtje te wachten bij de plek waar ze net zat.

Sensitiviteit is nodig voor een gezonde hechting

Wat nodig is voor gezonde hechting, is sensitiviteit en responsiviteit van de verzorger. De moeder van Sjoerd geeft een sensitieve reactie. Dat betekent dat ze de signalen van haar kind ziet, ze begrijpt (sensitiviteit) en er snel en adequaat op kan reageren (responsiviteit). Ze kan zich inleven in Sjoerds gevoel en reageert op een responsieve manier. Ze erkent Sjoerds gevoel dat het doodeng is als zo’n groot beest op je afstormt. Zijn emotie mag er zijn en ze stelt hem gerust.

Het gevaar is geweken en hij mag, zodra hij dat zelf wil, weer gaan spelen. Met een sensitieve en responsieve reactie geef je een goede sociaal-emotionele ondersteuning. Insensitiviteit en weinig responsiviteit uiten zich door onverschilligheid en weinig interesse of juist straffend en weinig rekening houdend met het gevoel van de ander. De reactie van de moeder van Max is een ongeïnteresseerde reactie. Eigenlijk stoort Max haar in haar bezigheden en er is niks meer aan de hand, dus waarom heeft Max haar nog nodig?

De moeder van Lotte geeft een bestraffende reactie en houdt geen enkele rekening met het gevoel van Lotte. Lotte is blijkbaar altijd al bang voor honden en dat vindt moeder onzin. Zowel Max als Lotte krijgen weinig respons. Als zij vrijwel altijd op deze manier benaderd worden, heeft dat betekenis voor de manier waarop ze hun ouders vertrouwen en voor de manier waarop ze met leeftijdsgenootjes omgaan.

 

Wat nodig is voor gezonde hechting, is sensitiviteit en responsiviteit van de verzorger.

 

Veilige band

Wanneer je op structurele basis een responsieve reactie moet missen, is het moeilijker om een veilige band te krijgen. Voor die veilige band is het nodig dat je kind ervaart dat zijn ouders er voor hem zijn, dat hij om hulp kan vragen als hij dat nodig vindt. Lotte en Max ervaren dat op deze manier niet. Ook wordt het voor Lotte en Max moeilijker om zich goed te kunnen inleven in een ander. Zij leren immers dat ze niet op hun gevoel mogen vertrouwen. En als je niet op je eigen gevoel mag vertrouwen, is de kans heel klein dat je wel het gevoel van anderen leert vertrouwen.

Stel je eens voor: vandaag zijn Max, Lotte en Sjoerd op de peuterspeelzaal en spelen met nog een vierde kindje, Ceylin. Opeens begint Ceylin te huilen omdat ze haar vinger heeft bezeerd. Het is niet moeilijk te raden welk kindje het meeste ervaring heeft met het geven van ‘een sensitieve en responsieve reactie’.

Risicofactoren onveilige hechting

Een hoge sensitiviteit en responsiviteit zijn enorm belangrijk voor een veilige hechting van je kindje. Toch is alleen dat geen garantie. Voor een hechte band tussen twee mensen, zijn –heel logisch natuurlijk- twee mensen nodig. Sommige kenmerken van kinderen kunnen de ontwikkeling van een veilige hechting een stuk lastiger maken.

Risicofactoren hiervoor zijn onder andere een vroeggeboorte (prematuriteit), een verstandelijke of lichamelijke beperking, een autisme spectrum stoornis, een moeilijk temperament, veelvuldige scheiding tussen baby en ouders. Deze omstandigheden maken het voor ouders moeilijker om consequent sensitief en responsief te reageren op signalen van hun kindje. En ook van de kant van ouders zijn er kenmerken die het lastiger maken.

Lees ook: Te veilig gehecht? Dat kan niet!

Denk aan ouders die zelf geen veilige hechting hebben ervaren in hun jeugd, mishandeld zijn of kampen met psychische problemen, ernstig ziek zijn of simpelweg te veel zorgen hebben waardoor zij op dat moment minder ruimte hebben om die zorg, liefde en aandacht te geven als hun kindje op dat moment nodig heeft.

Andere risicofactoren zijn drugsgebruik, echtelijke conflicten, armoede, tienermoederschap of adoptie. Hoe meer van dit soort risicofactoren tegelijkertijd aanwezig zijn, hoe meer invloed dat kan hebben op de kwaliteit van de hechting. Deze factoren maken het tot stand komen van een veilige hechting moeilijker.

 

Als moeder niet reageert slaan de pogingen al gauw om in frustratie en wanhoop

 

Het pokerface experiment

Baby’s en jonge kinderen ontzettend gevoelig voor emoties, signalen, interacties met hun ouders. Zij voelen dingen haarfijn aan. Vroeger, en ook nu nog wel eens, werd gedacht dat baby’s dat allemaal niet in de gaten hebben. Maar dat is verre van waar. In het ‘pokerface’-experiment (in het Engels: still face experiment) kun je dat prachtig zien. Het kindje heeft binnen no-time in de gaten dat haar moeder niet meer op een sensitieve manier reageert en dat doet ontzettend veel met haar. Ik krijg nog elke keer kippenvel als ik het bekijk.

Dr. Edward Tronick onderzocht wat onverschilligheid deed met een baby. Daarvoor liet hij ouders met hun baby tegenover elkaar zitten en eerst gewoon met elkaar in contact zijn. Vervolgens gaf hij een seintje, en moest vader of moeder zich even wegdraaien van hun kind en daarna met een uitdrukkingloos gezicht naar hun kind te kijken. Je ziet dat de baby binnen een paar seconden merkt dat er wat is veranderd. Daarna probeert het kindje op allerlei manier om het contact te herstellen.

Ze begint met kleine geluidjes, kleine gebaren en die worden al snel groter. En als moeder daar niet op reageert slaan de pogingen al gauw om in frustratie en wanhoop. Binnen een paar minuten raakt de baby helemaal overstuur; ze wendt haar hoofdje af, schermt haar hoofdje af met haar armpjes, huilt en door de stress verliest ze zelfs de controle over haar houding: ze heeft moeite om goed recht te blijven zitten. Dan kan haar moeder het niet meer aanzien en reageert weer op haar dochter. Binnen seconden is het contact weer hersteld en is het meisje weer gerustgesteld.

Dit experiment laat heel confronterend zien hoe snel een baby overstuur wordt van alleen maar een uitdrukkingloos gezicht. Let maar eens op het gezicht van de moeder; ze kijkt neutraal, ze is niet eens boos. En let dan eens op de heftigheid van de emotie van het kindje. Hoe hebben we toch ooit kunnen denken dat baby’s dit soort dingen niet in de gaten hebben? Baby’s zijn juist extreem gevoelig voor de subtiele signalen die hun ouders uitzenden. Er zit dan ook een hoop waarheid in de tip die mijn moeder mij bij mijn oudste kind gaf ‘als je baby onrustig is, let dan eerst eens op hoe je jezelf voelt’.

 

Met een sensitieve en responsieve reactie geef je een goede sociaal-emotionele ondersteuning.

 

Onveilige hechting en een slechte jeugd

‘Die heeft een slechte jeugd gehad…’ Deze uitspraak hoor je weleens als verklaring voor extreem gedrag dat mensen kunnen vertonen. Waar komt die uitspraak toch vandaan en wat voor waarde zit erin? Of is het gewoon een excuus?

Dr. John Bowlby was één van de belangrijkste ontwikkelingspsychologen en toonde in de jaren ’40 en ’50 het belang aan van de gehechtheidrelatie op het functioneren van het kind. In zijn werk met jonge crimineeltjes ontdekte hij dat zij vaak geen emotionele band hadden met hun moeder en zich niet konden inleven in anderen.

Hij ontdekte dat kinderen die in de eerste paar jaren van hun leven niet door een liefdevolle ouder werden verzorgd, onomkeerbare problemen hadden in hun latere leven. Hechting bleek essentieel voor een gezonde ontwikkeling. Toch komt een veilige hechting niet vanzelfsprekend tot stand!

Moeite met afscheid

Mary Ainsworth, een psycholoog en studente van Bowlby, deed verder onderzoek naar gehechtrelaties. Dit deed zij onder andere door kinderen in een vreemde situatie te plaatsen zonder hun vader of moeder, met een onbekende erbij; ze onderzocht wat de kinderen deden als hun moeder of vader terugkwam.

Als je googlet op ‘strange situation Ainsworth’ vind je filmpjes waarin je het experiment kunt zien. Bij een veilig gehecht kindje zal je vaak zien dat hij moeite heeft met afscheid nemen. Het kindje huilt als mama of papa vertrekt, loopt naar de deur waardoor mama is verdwenen en is weer snel getroost bij terugkeer of zich laat troosten door een vertrouwde andere volwassene. Onveilig gehechte kinderen vertonen ander gedrag.

Ik kan me herinneren dat de juffen bij de kinderopvang het ‘huilen bij afscheid’ van mijn kinderen benoemden als ‘iets wat ze nog moesten (af)leren’. Terwijl ik het juist zag als een teken van een veilige gehechtheid. Kinderen die het niet lijkt te deren bij wie ze zijn, daar maak je je eerder zorgen om!

Mary Ainsworth kwam tot vier types van gehechtheid, die ook nu nog in de psychologie worden gebruikt.  In het schema hieronder vind je een omschrijving van deze vier types. Let op, het schema is uiteraard niet geschikt om op basis hiervan conclusies te trekken over de gehechtheidsrelatie tussen jou en je kindje. (zie tabel onderaan dit bericht)

 

Dat zijn heftige cijfers die in de derde kolom staan! Je hoopt op percentages tegen de 100% aan voor een veilige hechting, maar helaas. Keer op keer worden deze percentages in onderzoeken bevestigd. Veilige hechting is geen vanzelfsprekendheid. Als een onveilige hechting zo vaak voorkomt, hoe erg is dat dan eigenlijk?

Onomkeerbaar

Omdat één beeld meer kan zeggen dan 1000 woorden, zie je hieronder een foto van de hersenen van twee 3-jarige kinderen. Links zie je normale hersenen; het rechtse beeld geeft een foto weer van een kind dat extreem verwaarloosd is.

hersenschade door verwaarlozing

Dit doet verwaarlozing met de hersenen van een kind.

Je kunt je wel voorstellen dat de hersenen van het rechter kind heel anders functioneren dan die van het linker kind. Hoewel het brein van baby’s en jonge kinderen nog heel flexibel (ook wel ‘plastisch’ genoemd) is, zorgt dit toch voor onomkeerbare veranderingen. Deze afbeelding komt uit een studie die in de 90-er jaren gedaan is naar kinderen die geadopteerd werden uit Roemeense weeshuizen.

Misschien heb je op tv weleens beelden gezien van kindertehuizen waarin veel te veel kinderen met te weinig begeleiding bij elkaar zaten, opgesloten in hun bedjes en op fysieke verzorging na aan hun lot werden overgelaten. Hoe een baby fysiek en sociaal (niet) wordt verzorgd, bepaalt hoe goed de verbindingen in de hersenen wel of niet worden aangelegd. Dit heeft enorme blijvende effecten.

Dat een verwaarlozing zoals in het voorbeeld van het weeshuis voor grote fysieke en gedragsproblemen zorgt, is begrijpelijk. Maar ook minder grote verwaarlozing zorgt voor andere verbindingen in de hersenen. Met een blijvend effect.

Domino-effect

Hechtingsproblemen hebben grote nadelige consequenties. Natuurlijk in de eerste plaats voor de persoon zelf. Als je als kind geen veilige hechting hebt ervaren, heeft dat invloed op de veerkracht, op het verwerven en houden van sociale steun, op het goed kunnen reguleren van emoties, op hoe stevig de basis van vertrouwen is. Kinderen en volwassenen met hechtingsproblemen hebben een grotere kans op:

  • Psychiatrische aandoeningen. Bijvoorbeeld depressies, verslavingen, angststoornissen, eetproblemen, etc.
  • Ernstige gedragsproblemen en crimineel gedrag. Als je je niet geleerd hebt om rekening te houden met anderen of je moeilijk kunt inleven, kom je eerder in de problemen in sociaal contact. Ook is daarmee de kans groter om af te glijden naar de criminaliteit. In gevangenissen vind je veel grotere percentages mensen met een hechtingsproblematiek dan in de gewone maatschappij.
  • Kinderen met hechtingsproblemen. De hechtingsstijl waarmee je zelf bent grootgebracht, zie je vaak terug in je eigen kinderen! Blijkbaar wordt er in de eerste periode van iemands leven haast onuitwisbaar ingeprent ‘hoe mensen met elkaar omgaan’.

Dat zijn heftige problemen die diep ingrijpen in het leven. Niet alleen is de kans op deze problemen groter. Deze problemen brengen ook allerlei bijkomende problemen met zich mee: denk bijvoorbeeld aan baanverlies, schulden, huisuitzettingen, afglijden naar criminaliteit, en noem maar op. Hechtingsproblemen hebben een ‘domino’-effect.

 

Hechtingsproblemen hebben een ‘domino’-effect

 

Veilige hechting voor een gezonde samenleving

Dat domino-effect is niet alleen een probleem voor het individu zelf; mensen in zijn of haar omgeving hebben hier ook last van. Zelfs de toekomstige generatie krijgt er last van. Als er sprake is van ernstige problemen, zie je dat de kinderen van onveilig gehechte ouders zelf ook onveilige hechting krijgen.

Helaas is het dus zo dat een ‘een slechte jeugd’ wel degelijk tot in lengte der jaren een stevige invloed kan blijven hebben op een mens. En dat het risico op het doorgeven van ‘die slechte jeugd’ levensgroot aanwezig is. Alle reden om aan een veilige hechting een hoogste prioriteit te geven, en hier een maatschappelijk vraagstuk van te maken.

Als je in de speeltuin zit, en je kind troost ‘om niets’, ben je niet te soft. Je bent je kind een veilige hechting aan het geven.

 

Bron: Femke van Roozendaal is psycholoog en lactatiekundige en heeft haar eigen lactatiekundigepraktijk. Voor meer informatie over Femke kun je kijken op haar website.

 

 

Hechtingstype

 

Omschrijving Hoe vaak komt dit gemiddeld voor?
Veilig gehecht kind  Angstig als moeder weg is, toenaderingsgedrag bij terugkeer. Gauw gerustgesteld. Evenwicht tussen ontdekken van omgeving en hechtingsgedrag. 60-70%
Onveilig vermijdend gehecht  Lijkt heel zelfstandig, laat weinig hechtingsgedrag zien. Negeert moeder; vermijdt contact te zoeken met moeder uit angst teleurgesteld te worden. Het ontdekken van de omgeving is vluchtig en oppervlakkig. Hunkert naar geborgenheid (ogenschijnlijke rust, maar hoge stressniveaus). 20%
Ambivalent gehecht  Komt weinig tot ontdekken van de omgeving. Klampt zich vast aan moeder. Reageert heftig op scheiding met moeder; als moeder terugkomt klampend en boos tegelijk. Of afwerend en gelijktijdig ook contact willen zoeken. Moeilijk te troosten. 10%
Gedesorganiseerd gehecht  Veel verschillende ervaringen. Soms ontbreekt het hechtingsgedrag volledig, soms te sterk of te zwak. Ernstig vervormd. Laat tegenstrijdig en onberekenbaar gedrag zien, kan bijv. naar ouder kruipen en dan angstig omdraaien.
Recommended Posts
Contact Us

We're not around right now. But you can send us an email and we'll get back to you, asap.

Not readable? Change text. captcha txt